Een onverenigbaarheid verhindert de verkozene om zijn mandaat uit te oefenen. De onverenigbaarheid kan te maken hebben met het ambt dat de betrokkene uitoefent, of met zijn persoon onder de vorm van bloed- of aanverwantschap.

Onverenigbaarheid is dus niet hetzelfde als onverkiesbaarheid. Door de onverkiesbaarheid is het zelfs niet mogelijk dat de kandidaat wordt verkozen. Onverenigbaarheden worden ingesteld door de wet. Ze moeten strikt worden geïnterpreteerd en kunnen niet per analogie worden uitgebreid, omdat ze het recht tot uitoefenen van een mandaat beperken.

Onverenigbaarheden kaderen in het voorkomen van een belangenconflict of een risico op beïnvloeding.

Onverenigbaarheden Schoolraad

  1. lidmaatschap van een wetgevende vergadering, gemeenteraad, raad O.C.M.W., regering, bestendige deputatie;
  2. personeelslid van de school (met uitzondering van de verkozenen uit en door de personeelsleden)
  3. bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad, of echtgenoot van of samenwonend met een personeelslid van de school;
  4. lid van de raad van bestuur van een scholengroep van het gemeenschapsonderwijs;
  5. lid van de pedagogische begeleidingsdienst van het gemeenschapsonderwijs;
  6. accountant belast met het financieel toezicht op het gemeenschapsonderwijs;
  7. vakbondsafgevaardigde personeel onderwijs
  8. lid onderwijsinspectie Vlaamse Gemeenschap;
  9. personeelslid of lid van bestuur van het gesubsidieerd onderwijs (hoger onderwijs uitgezonderd);
  10. lid van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs
  11. lid van een andere schoolraad.

De onverenigbaarheden, bedoeld in  2 en 3, gelden niet voor de door de personeelsleden verkozen leden van de schoolraad.